Kinderen in De Praktijk.

In De Praktijk komen veel jonge kinderen, maar ook pubers omdat ze regelmatig worden overspoeld door de wereld om zich heen. Er worden soms (te) hoge eisen aan deze kinderen gesteld. Ze gaan twijfelen aan zichzelf en soms is een enkel woord of een enkele oefening al genoeg om die twijfel te herkaderen, zodat het kind zich geen zorgen meer maakt. In De Praktijk wordt ook gewerkt met de ouders. In een sessie wordt dan samen gezocht naar meer mogelijkheden voor ouder en kind om zich prettiger te voelen.

Op deze pagina lees je iets over de werkwijze in De Praktijk, je vindt hier informatie over hooggevoeligheid bij kinderen, wat tips en tools voor ouders, informatie over overprikkeling en het ontstaan ervan en je kunt de brochure voor kinderen downloaden.

Waar werken we aan?

Het vergroten van het zelfvertrouwen
Het leren eigen grenzen waar te nemen en die te bewaken
(wat is van mij en wat is van de ander?)
Het leren herkennen van de eigen emoties en die van anderen
Het leren te structureren wat wordt waargenomen
(veel terugbrengen naar weinig)
De gedachten zo te leren formuleren dat ze positief bekrachtigen

Kinderen geven blijk van verhoogde gevoeligheid als ze:

Veel waarnemen, ook details
Makkelijk opgaan in wat ze waarnemen
Veel nadenken over wat ze waarnemen, dus veel in hun hoofd verwerken, omdat ze willen analyseren, willen begrijpen
Veel prikkels te verwerken hebben en meer tijd nodig hebben dan gemiddeld om te verwerken
Stoppen met nadenken omdat ze overprikkeld zijn of juist heel druk worden
Niet goed tegen veranderingen kunnen
Zich slecht kunnen concentreren
Instructies niet goed volgen omdat ze te veel denken of worden afgeleid tijdens het opnemen (bijvoorbeeld beelddenken)
Zoveel denken dat ze snel van hun doel zijn afgeleid
Erg alert zijn op hun omgeving
Een sterke voor- of afkeur hebben van bepaalde voedingsstoffen of ruige stoffen en weefsels
Makkelijk schrikken
Veel in gedachten zijn (in een andere dimensie vertoeven)

Hoe werken we in De Praktijk?
Door middel van spel en geprekken waarin uitgelegd wordt wat ze nu eigenlijk voelen en hoe dat komt en ze vervolgens te helpen toetsen of het klopt of logisch is dat ze zich zo voelen, kunnen kinderen hun emoties leren herkennen en -zo klein als ze zijn- ervaren dat ze een keuze hebben. Ze raken daardoor minder overspoeld door wat ze voelen en ervaren. Ze zijn vaak kleine sponsjes en nemen makkelijk emotionele energie uit hun omgeving op. Als ze leren herkennen wat van hun is en wat van anderen kunnen ze weer gaan stralen!
Soms is het moeilijk voor ze om zich te concentreren of volgens een bepaald stappenplan een doel te halen. Ze worden snel afgeleid door wat ze voelen en reageren voortdurend vanuit hun gevoel op de wereld om ze heen, dus ook in de klas. Meer begrip krijgen over wat ze voelen kan veel rust geven. Ook vinden ze het vaak heel leuk om allerlei trucjes te leren om zich beter te kunnen afsluiten om zich te kunnen concentreren.

NLP en RET (zie elders op deze website) zijn ook bij kinderen goed inzetbaar en worden vertaald naar het kind en gebruikt in het gesprek. We werken ook met geleide fantasie, spel en tekenen en schilderen. Ook wordt met sprookjes, verhaaltjes en metaforen gewerkt en met verschillende speelse oefeningen de linker (ratio)- en rechterhersenhelft (gevoel) met elkaar in evenwicht gebracht.
De kinderen leren zich te gronden en te ontspannen.

Voorop staat dat het kind zich veilig voelt. Ook de ouders moeten een goed gevoel hebben over de sessies. Er wordt geregeld met elkaar overlegd en bij voorkeur per telefoon of mail worden de vorderingen besproken. De sessies zijn er voor het kind.

Een kindersessie duurt uiterlijk een uur. Er zit een bepaalde opbouw in de bijeenkomsten om het gevoel van veiligheid bij het kind te waarborgen.
Ook voor kinderen geldt dat gemiddeld 6 tot 10 sessies nodig zijn om een nieuw evenwicht te ervaren. Door de kindersessies krijgen de ouders vaak ook meer ruimte en gelegenheid om hun ervaringen te herkaderen. Binnen het gezin zal veelal ook een nieuw evenwicht ontstaan.

Faalangst
Hooggevoelige kinderen ontwikkelen wat makkelijker faalangst. Dat kan blijken uit de hieronder beschreven zaken:
Wanneer:
Ze niet opletten als nieuwe zaken worden uitgelegd
Ze wegduiken of zich een beetje verstoppen in de klas
Ze geen vragen durven stellen over de leerstof
Ze de leraar niet aankijken tijdens de uitleg
Ze de grote lijn niet kunnen vasthouden tijdens uitleg
Ze doen alsof ze het heel druk hebben als de aandacht op hun dreigt te worden gericht
Ze of heel veel vragen stellen of heel passief afwachten
Ze zichzelf overschreeuwen door clown te spelen om de aandacht af te leiden
Ze een sterke behoefte hebben om bevestigd te worden, dat leidt vaak tot overactief en aandachttrekkend gedrag, ze vragen regellmatig om een reactie. Hun gevoeligheid maakt echter dat ze ook heel sterk reageren op de toon waarop dingen worden gezegd.
Ze vaak kijken hoe anderen dingen doen,niet als eerste iets doen,
ze zijn makkelijk te beinvloeden
Ze zijn snel uit balans als de sfeer minder goed is.

Lichamelijke en psychische reacties:
Ze voelen zich niet gemakkelijk in hun lijf
transpireren, hebben klamme handen en voeten
Stijve rug
Stotteren
Vaak plassen
overbeweeglijk zijn
minderwaardigheidsgevoelens hebben

Soms vinden ze moeilijk aansluiting bij andere kinderen. Dat kan komen omdat ze het gevoel hebben dat anderen ze niet leuk of aardig vinden, maar ze weten het niet zeker. Ze hebben vaak zelf magische verbindingen gelegd: ze denken bijvoorbeeld: “als dit gebeurt; dan is dat aan de hand, of dat komt omdat ik….. “

Tips en tools voor ouders
Op dit moment wordt veelal door de volwassenen om de kinderen heen de nadruk gelegd op wat de kinderen kennelijk niet kunnen, in plaats van wat ze wel kunnen. Dat komt ook omdat er veel wordt getest en getoetst. Hier kan de ouder zelf last van hebben. Als resultaten erg belangrijk zijn voor de ouder, kan worden gezocht naar mogelijkheden om hier minder last van te hebben en meer vertrouwen te krijgen in de eigen (lees: autonome) ontwikkeling van het kind.

Het kan voor het faalangstige kind erg fijn zijn als het wordt bekrachtigd in de zin van: ik vind dat je dat en dat juist erg goed doet. Het benoemen van de kwaliteiten van het kind kan het zelfvertrouwen een boost geven. Overdreven complimenteren helpt over het algemeen niet. Het heeft vaak hetzelfde effect als steeds wijzen op de onmogelijkheden. Een stelregel: zet tegenover iedere NEE een paar JA’s.
Een NEE is:
dat kan beter,
dat heb je niet goed gedaan,
hoe komt het dat je dat deed,
dat mag niet, dat hoort niet.
Kom je nou eindelijk?
Een JA is:
Gezellig dat we zo samen iets doen,
Kom je even lekker naast me zitten?,
Vertel eens iets over school, ik ben nieuwsgierig,
wat een leuke tekening!, vertel er eens iets over?
Wat fijn dat je zo opschoot, nu kunnen we gezellig…..

Het kind is ook geholpen door een ouder die niet alles onder controle wil hebben maar probeert zoveel mogelijk te vertrouwen in wat er komt en de ontwikkeling van het kind. De ouder kan hier zelf aan werken.

Als de ouder helder kan communiceren en zelf een standpunt heeft ingenomen over wat wel en niet mag/kan, is dit voor het kind duidelijk en ervaart het ook meer rust. Ook hier kan de ouder zelf aan werken.

De ouder kan ook zelf een standpunt innemen over de kwaliteiten van het kind en dat maakt dat er helderder kan worden gecommuniceerd met school bijvoorbeeld. Dit is voor het kind ook fijn. Het ervaart dan steun.

Als de ouder zelf niet van ruzie houdt of conflicten liever vermijdt, dan kan dit voor het kind beperkend zijn: het leert misschien dat boos zijn niet mag. Het kind zal de boosheid dan ook niet tonen, maar moet er toch iets mee. Het kan druk worden, of naar binnen gericht, of juist veel aandacht gaan vragen om zichzelf gerust te stellen.

Als de ouders het erg druk hebben kan het ook schelen dat er meer tijd is. Niet zozeer om kwaliteitstijd te ervaren, en allerlei leuke dingen te ondernemen, maar juist om het kind te helpen af en toe wat te lummelen, en de ouder daarbij in de buurt heeft. Sommige kinderen hebben al volle agenda’s. Dat kan dan beter worden teruggebracht. Kinderen moeten zich af en toe vervelen, dan verwerken ze wat ze meemaken.

De ouders kunnen leren goed naar hun kind te kijken en te luisteren zodat ze zich kunnen afstemmen op de behoefte van dat moment.
Kinderen die hoog sensitief zijn hebben vaak al last van lichaamsstress. Dat kun je als ouder waarnemen wanneer de schouders al gespannen zijn, en de handen klam.

Wat is overstimulatie?
Pas vanaf ongeveer het derde of het vierde jaar begint het kind verbindingen te leggen vanuit de rechterhersenhelft naar de linkerhersenhelft. Ouders en andere volwassenen spelen hierbij een grote rol.
Het kind neemt vooral zintuiglijk waar. Het ziet dingen, het hoort dingen, het voelt dingen, het proeft en ruikt dingen. Maar ook op buitenzintuiglijke niveau neemt het waar. Het reageert op lichaamstaal en is kwetsbaar voor alle energiestempels die op hem worden gezet door de mensen om zich heen.
Als er veel wordt waargenomen omdat de zintuigen versterkt waarnemen om welke reden dan ook (er kan sprake zijn van problematiek, maar dit hoeft niet zo te zijn) dan moeten er veel zintuigelijke prikkels worden verwerkt.

Volwassenen verwerken prikkels door verbindingen te leggen naar de linkerhersenhelft. De rechterhersenhelft neemt holistisch waar, de linkerhelft ordent en structureert die waarneming.
Kinderen zijn dit aan het leren. Dat betekent dat ze regelmatig overprikkeld kunnen zijn. Hun lichaam vertaalt die overprikkeling omdat het autonome zenuwstelsel het lichaam signalen geeft, er wordt cortisol en adrenaline aangemaakt en het lijf komt in een vecht- en vluchthouding. Er zit een bommetje in hun lijf en dat moet er uit. Soms door een woedeuitbarsting, soms door heel erg naar binnen te keren, soms door heel druk te worden of een enorme huilbui te krijgen. Kinderen hebben namelijk de woorden nog niet om hun overprikkeling aan te geven en nog niet de mogelijkheden om die te voorkomen of te veranderen.

Grofweg gezegd kunnen we op dit moment aannemen dat we van ons nulde tot ons twintigste leren met alle prikkels om te gaan. Elke gebeurtenis levert prikkels op. Prikkels leveren gevoelens op. Over deze gevoelens gaan kinderen allerlei gedachten krijgen. Vaak kloppen hun gedachten niet met de werkelijkheid.
De ouder kan het kind helpen te ordenen door prikkels te verminderen of door vragen te stellen:
Wat zou je liever willen? Wat kun je beter doen of denken? Wat levert een voordeel op voor jou en de ander? Waar ga je mee beginnen? Hoe weet je dat het aan het veranderen is?

Informatie voor het kind

Download hier de folder voor kinderen of vraag deze aan via