Samenvatting artikel ‘Hoog sensitiviteit en adolescentie’

 

Dit artikel is geschreven voor het blad ‘Bijblijven’ voor huisartsen. Zie ook www.bijblijven.bsl.nl.

In het artikel over hoog sensitiviteit, wordt allereerst uiteengezet wat de betekenis van de term is, waar de hoog sensitieve persoon mee te maken heeft, hoe de zintuigen ervoor zorgen dat de wereld om ons heen wordt geordend en hoe emoties ontstaan. Vervolgens is de belevingswereld van de puber/adolescent uitgangspunt en wordt een korte uitleg gegeven over de reorganisatie van de frontale cortex, die er in de puberteit en adolescentie voor kan zorgen dat de emotionele en rationele verwerking van prikkels tijdelijk problematisch kan zijn. Er worden tot slot aanbevelingen gedaan om de adolescent te helpen beter met verhoogde sensitiviteit om te kunnen gaan.

Daar waar de lezer de term hoog sensitieve persoon tegenkomt kan de informatie ook gelezen worden als: de hoog sensitieve adolescent.

 

Een kennismaking met het begrip hoog sensitiviteit.

‘Op een lentedag maakte Freud een wandeling met de dichter Rainer Maria Rilke. Freud genoot met volle teugen van het landschap, maar Rilke liep met gebogen hoofd omdat hij maar niet uit zijn hoofd kon zetten hoe vergankelijk al die ontluikende bloemen waren. Freud had daar geen begrip voor, want volgens hem was het vermogen mooie dingen te waarderen –zelfs al zijn ze nog zo kwetsbaar- een teken van geestelijke gezondheid. Toch kun je niet zeggen dat Rilke een gebrek aan schoonheidszin had. Waarschijnlijk was hij er veel gevoeliger voor, en juist daarom pijnlijk doordrongen van de vluchtigheid ervan.’ (*)

 

Rilke was waarschijnlijk hooggevoelig. Hij geeft in dit citaat deze indruk, omdat onderzoekers, schrijvers, psychiaters en psychologen die het begrip hooggevoeligheid omschrijven steevast de volgende aspecten noemen: nadenkend/filosofisch, sterk associërend, zeer sensitief, analytisch, beeldend, zich sterk identificerend met mensen, dieren, planten, het versterkt waarnemen en ervaren van de eigen emoties en die van anderen en zich bovenmatig verantwoordelijk voelen. Rilke heeft een beetje pech naast Freud te lopen die met zijn uitmuntende rationaliserende kant een stellige visie heeft ontwikkeld op wat gezond van lijf en leden zijn betekent. Gevoel is echter een subjectieve beleving waar geen arts, psychiater of ander een oordeel over kan hebben. Slechts respect voor de beleving van de ander is op zijn plaats en dient het uitgangspunt te zijn voor behandeling.

In het geval van extreme gevoeligheid waar allerlei functionele lichamelijke en a-specifieke psychische klachten uit voortkomen zouden we ons eigen kader eigenlijk moeten loslaten. We hebben de plicht samen met de ander te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om minder het slachtoffer te zijn van alle sterk ervaren gevoelens en innerlijke emoties en minder last te hebben van een te sterke identificatie met de wereld om ons heen.

 

  1. Veel jonge kinderen, maar ook pubers en adolescenten, hebben momenteel concentratiemoeilijkheden.
  2. Ze kunnen onvoldoende hun aandacht geven aan details of maken veel fouten, ze hebben moeite hun aandacht bij hun taken of spel te houden, ze lijken vaak niet te luisteren als ze worden aangesproken.
  3. Ook volgen ze aanwijzingen onvoldoende op en slagen ze er niet in iets af te maken of verplichtingen na te komen, kunnen ze taken en activiteiten niet voldoende organiseren en structureren en vermijden ze vaak situaties.
  4. Ze kunnen ook een afkeer hebben van taken waarbij een langdurige geestelijke inspanning vereist is, raken dingen makkelijk kwijt, worden makkelijk afgeleid door uitwendige prikkels en zijn vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden.

Onderwijzers herkennen hier veel in als ze naar sommige kinderen in hun klas kijken.

Veel volwassenen zullen zich misschien ook herkennen in deze opsomming. Of ze herkennen hun (jonge) kind erin. En, als we het tot ons door laten dringen, dan moeten we wellicht erkennen dat we er allemaal wel eens last van hebben.

Er is sprake van een toename van prikkels in onze leefwereld. Televisie zendt 24 uur per dag uit, de radio heeft talloze zenders, overal horen we muzak. De computer wordt niet meer alleen gebruikt om verslagen op uit te werken, te ordenen en informatie te zoeken. Pubers/adolescenten communiceren tegenwoordig bijna 24 uur per dag met elkaar via de pc en mobiele telefoon, de digitale snelweg kan zelfs een perfect middel zijn om je terug te trekken uit een veeleisende en harde wereld. Hives.nl laat zien hoe deze jonge mensen hun vrienden verzamelen via internet. De verharding in de wereld is via de PC overigens ook feilloos waar te nemen.

Er zijn duizend-en een mogelijkheden om uit te kiezen; wat we willen eten, wat we willen doen, wat we zouden kunnen, en wat te denken van alle veranderingen en reorganisaties die in bedrijven en instellingen plaatsvinden? We leven in een onbegrensde wereld, die al lang niet meer constant is, er is voortdurend beweging en er zijn duizenden aandachtwisselingen per dag mogelijk. Kinderen, pubers en adolescenten, maar ook volwassenen kunnen daar volledig in opgaan.

 

Ik weet zeker dat u de opsomming hierboven nog eens naleest als ik verklaar waar deze vandaan komt: uit DSM VI (1) komen de bovenstaande symptomen die volgens de hierin genoteerde standaard kunnen leiden tot de diagnose ADD (Attention-Deficit/ Disorder) Met waargenomen hyperactiviteit kan men tot de diagnose ADHD (Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder)komen. En dan zijn er uiteraard nog mengvormen mogelijk, waarbij impulsief gedrag voorop staat, of een mengvorm waarbij onoplettendheid op de voorgrond staat.

Niet alle ADHD-ers zijn dus druk, als ze niet hyperactief zijn wordt de ‘H’ uit de aanduiding weggelaten.

Er is echter nog een andere mogelijkheid: het kan zijn dat de beschreven persoon niet een stoornis heeft volgens de diagnostische criteria, maar dat hij of zij hoog sensitief is en van daaruit allerlei symptomen laat zien of heeft ontwikkeld waardoor we geneigd zijn te diagnosticeren zoals in DSM VI of andere standaarden is beschreven.

Standaarden zijn bedoeld om veel terug te brengen naar weinig, helpen de arts om een standpunt in te nemen maar helpen de Highly Sensitive Person (HSP) vaak niet. De mogelijkheden worden in dit geval door een standaard niet vergroot, eerder verkleind.

 

Een natuurlijke ontwikkeling of een stoornis?

De kernvraag in dit artikel zou kunnen zijn: wat was er eerder, de symptomen of de overprikkeling? En ook: wanneer is een opsomming een stoornis en wanneer is deze dit niet? In de DSM VI wordt uitgegaan van diagnoses in categorieën die elkaar uitsluiten. Mensen hoeven daarom aan een geringer aantal dan omschreven symptomen te voldoen om in aanmerking te komen voor een diagnose. In veel beschreven stoornissen komen symptomen voor die passen in het beeld van een HSP die een lange termijn overprikkeling heeft opgebouwd.

Ik maak voor dit artikel verschil tussen lange- en korte termijn overprikkeling. Korte termijn overprikkeling kennen we allemaal: total loss zijn na een feestje of vergadering bijvoorbeeld, na een dag hard werken met veel aandachtswisselingen, of na vele contacten met anderen. Herstel vindt plaats in de nacht of tijdens de vrije dagen. Bij lange termijn overprikkeling is er sprake van allerlei redenen die dit herstel tegen gaan. Er is wellicht sprake van te veel druk in het dagelijks leven, of er zijn redenen om aan te nemen dat de bodemgesteldheid van de cliënt (nature/nurture) er toe leidt dat er een spanningsveld is ontstaan tussen het dagelijks bestaan en de mogelijkheden van de cliënt. Maar veelal is mijns inziens de reden dat hooggevoelige personen gewoonweg niet weten dat hun gevoeligheid er voor kan zorgen dat ze stelselmatig overprikkeld zijn en dus allerlei klachten ontwikkelen. Dit in tegenstelling tot een groter wordende groep die zich juist wel herkent in de term hooggevoeligheid. Veel mensen met allerlei klachten denken echter in eerste instantie zelf niet aan hooggevoeligheid. Ze zullen wellicht eerst op zoek gaan naar ‘gebreken’ in hun lichaam of geest.

 

Als symptomen die veelvuldig worden genoemd in de opsommingen die worden gebruikt door artsen en die HSP’s vaak in de praktijkkamer opnoemen, noem ik: dissociatie, derealisatie (gevoel van onwerkelijkheid), depersonalisatie (het gevoel uit zichzelf te zijn) angst, paniek, piekeren, slapeloosheid, psychische klachten als hyperventilatie, rusteloosheid, voortdurende geprikkeldheid, en functionele klachten als het prikkelbare darmsyndroom, niet herleidbare vermoeidheid, overmatige transpiratie en hartkloppingen, pijn op de borst, hypoglycemie, verdoofd voelen of tintelingen ervaren (vaak rond de mond) etc.

Bij bijna alle persoonlijkheidsstoornissen die zijn omschreven in DSM VI staat sensitiviteit vermeld. Alle stoornissen die zijn omschreven worden gezien als ziekte.

Pfeifer (5) maakt in zijn boek over hoogsensitiviteit een onderverdeling in de vormen van stoornissen in de persoonlijkheid.

Groep A:

Zonderling excentriek (Paranoïde persoonlijkheidsstoornis, Schizoïde persoonlijkheidsstoornis)

Groep B:

Dramatisch-emotioneel (Anti-sociale persoonlijkheidsstoornis, Borderliner, Histrionische persoonlijkheidsstoornis, Narcistische persoonlijkheidsstoornis)

Groep C:

Angstig-vrezend (Vermijdend-onzekere persoonlijkheidsstoornis, Dependente persoonlijkheidsstoornis, Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis)

 

In deze indeling is een directe relatie met neurotisch gedrag aan de orde. Volgens Aron (2) is 20% van de bevolking hoog sensititief. Veel van hen zullen ooit te maken krijgen met lange termijn overprikkeling. In de beoordeling van hoog sensitiviteit is het dus van belang neurotisch gedrag uit te sluiten. Veel artsen en therapeuten zullen wellicht na een eerste gesprek HSP’s indelen in vooral categorie C. Dit doen ze uiteraard om een behandeling goed af te stemmen, maar veel HSP’s voelen zich onbegrepen door deze indeling en ervaren onmacht.

Bij een sociale fobie staan bijvoorbeeld symptomen beschreven die een HSP makkelijk zou kunnen herkennen: men gaat situaties en contacten met anderen liever uit de weg, piekert veel, heeft zorgelijk gedachten over wat er komt, kan hierdoor niet goed functioneren in het dagelijkse leven. Kinderen kunnen woedeaanvallen hebben die in een dergelijk geval zouden kunnen worden uitgelegd als een uiting van paniek, veelvuldig voorkomend bij deze beschreven stoornis. (Kinderen hebben so-wie-so minder mogelijkheden om al goed (lees: volgens de standaarden van de volwassenen) met emoties om te gaan en kunnen bijvoorbeeld een woedeaanval krijgen omdat ze bang zijn (in paniek) voor wat gaat komen en worden gedwongen toch ergens aan deel te nemen. Ze hebben de woorden er nog niet voor. In hun lijf is een biochemische reactie op gang gekomen die ze niet snappen. Boosheid wordt door de meeste ouders niet getolereerd, maar vaak wordt verzuimd verder te onderzoeken wat het kind ervaart. Als het kind vervolgens de boosheid moet inslikken ontstaat wellicht verkramping op lichaams- en geestesniveau en zal het steeds minder behoefte hebben aan exploratie.)

Zo maakt de HSP ook meer kans op symptomen die we kennen vanuit de Gegeneraleerde Angststoornis (GAS). Kijken we naar de opsomming in DSM VI met betrekking tot deze ‘stoornis’, dan zien we veel klachten opgesomd waarom HSP’s veelal naar de praktijkkamer komen: angst over gebeurtenissen of activiteiten, bange voorgevoelens, bezorgdheid, rusteloosheid, opgewonden gevoel, irritatie, snel vermoeid zijn, zich moeilijk kunnen concentreren, zich niets herinneren, prikkelbaarheid, spierspanningen, slaapproblemen.

Bij het syndroom van Asperger worden o.a. genoemd: het zich vaak volledig van de buitenwereld afsluiten en het zich geobsedeerd bezighouden met hun interesses. Voor mensen met het syndroom van Asperger kan het moeilijk zijn om een gesprekspartner recht in de ogen te kijken, waardoor zij soms als ongeïnteresseerd worden bestempeld, ook als het tegendeel het geval is. Een andere uiting van het syndroom kan de drang tot herhalende bezigheden zijn.

HSP’s (zowel kinderen als volwassenen) zijn vaak geneigd om contacten uit de weg te gaan omdat juist in relatie met anderen er meer overprikkeling plaatsvindt.

Veel hooggevoelige kinderen en volwassenen durven anderen niet echt aan te kijken. Men zegt het wel: de ogen zijn de spiegel van de ziel. Als het holistisch ervarende, onbegrensde kind de ander in de ogen kijkt maakt het rechtstreeks contact met de zielenroerselen van de ander en dat kan overweldigend zijn.

Herhalende bezigheden kunnen zijn ontstaan om de angst onder controle te krijgen. Veel hooggevoelige personen hebben een controledrang, ook als het gaat om het gedrag van anderen. Om zich goed te voelen willen ze op den duur zeker zijn van alles. Hun korte concentratieboog door de overprikkeling en de onzekerheid die hierdoor is ontstaan kunnen maken dat ze steeds twijfelen aan alles en gaan controleren of ze iets wel of niet hebben gedaan. Pas als deze strategie langdurig in het leven is van de HSP, zou je wellicht kunnen spreken van een patroon, maar of het een stoornis is? Hoe langer het bestaat hoe lastiger het is om het patroon te doorbreken, dat wel. Inzet, wil, intelligentie en zelfkennis helpen mee om een dergelijk patroon te doorbreken. Motivatie is ook belangrijk. Je bent wellicht eerder gemotiveerd om iets aan je prikkelgevoeligheid te doen, dan wanneer je hoort dat je een Obsessieve-compulsieve stoornis hebt.

 

Het probleem in de praktijk is dat veel cliënten niet voldoen aan de strenge criteria van de beschreven stoornissen en er zal altijd voor een deel sprake zijn van een subjectieve invulling van de arts of therapeut. Pas als er sprake is van een traumatische jeugd, of anderszins traumatische ervaringen zou men kunnen spreken van een stoornis, als symptomen bijvoorbeeld langer duren dan enkele maanden, zich reeds vroeg in het leven van de cliënt hebben gemanifesteerd, als men voldoet aan drie of meer symptomen. Maar daarover zal elke arts of hulpverlener zelf een standpunt moeten innemen.

 

Veel hooggevoelige personen twijfelen aan zichzelf en zijn gaan geloven dat er iets mis is met hen. Een al te stellige diagnose zal hen zeker niet ondersteunen. De twijfel aan zichzelf zal alleen maar dieper worden en het slachtofferschap zal niet worden losgelaten. Integendeel.

 

Hooggevoeligheid als uitgangspunt nemen in plaats van een omschreven stoornis geeft wel meer mogelijkheden.

De biochemische reacties in het lijf door zintuiglijke waarneming die zorgen voor overspanning van het zenuwgestel en het lichaam zullen afnemen als de HSP leert omgaan met dagelijks overprikkeling. Ook het eerder leren herkennen dat men overprikkeld raakt kan mijns inziens veel symptomen voorkomen.

De verhoogde sensitiviteit is een kwaliteit, maar maakt de HSP wel extra kwetsbaar in een wereld die steeds meer prikkels prijsgeeft.

 

Ik ga er in dit artikel dus van uit dat hoog sensitiviteit geen stoornis is, maar dat de kans op allerlei lichamelijke en psychische klachten aanzienlijk groter is dan bij de gemiddelde ander. Ook wordt het wellicht makkelijker voor anderen bij wie wel een diagnose uit een van de drie groepen is vastgesteld, om beter met de sensitiviteit om te gaan als de kwaliteit er mag zijn. Borderliners bijvoorbeeld kunnen veel baat hebben bij de kennis over sensitiviteit en begrenzing die er bij veel (alternatief) therapeuten inmiddels is. Ook personen die bekend zijn met een schizoïde affectieve stoornis kunnen zich meer begrepen voelen als er gesproken wordt over hoog sensitiviteit. In alle gevallen gaat het er uiteindelijk om dat de kwaliteit van het leven wordt verbeterd. Als ze zich beter leren begrenzen krijgen ze meer mogelijkheden zich staand te houden.

 

Hoe herkent de HSP zichzelf als hoog sensitief?

Sinds enige tijd wordt bij veel mensen, mede door de boeken die zij lezen over dit onderwerp, het idee actief dat zij hoog sensitief zijn. Het zou misschien zelfs wel een grote groep patiënten in de wachtkamers van huisartsen kunnen betreffen die in verwarring is. Ze gaan bijvoorbeeld gebukt onder klachten als depressies en burn-outverschijnselen, of chronische vermoeidheid. Ze zijn voortdurend op zoek naar oplossingen en zoeken die vooralsnog buiten zichzelf, dus bij de arts of therapeut. Ze voelen zich overprikkeld en ‘weten het niet meer’. Ze kunnen vaak ook niet echt duidelijk zijn in de beschrijving van hun klachten. Sommigen komen zelfs niet goed uit hun woorden. Ze zijn het slachtoffer van wat ze voelen en wat daarvan de gevolgen zijn voor hun geest en hun lichaam. Ze voelen heel veel omdat ze veel meer prikkels waarnemen en moeten reduceren en verwerken dan de gemiddelde ander, en dat levert overwerk op voor het brein en het lichaam.

De Hoog Sensitieve Persoon (HSP):

  1. Heeft een zeer actief zintuiglijk waarnemingssysteem,
  2. Neemt vooral intuïtief (holistisch) waar,
  3. Is sterk visueel gericht (oplettend/alert-beeldend),
  4. Kan sterk opgaan in de ander en voelt een sterke verbondenheid met anderen,
  5. Is zeer gevoelig voor sfeer en harmonie,
  6. Kan zich meestal niet concentreren als er te veel externe prikkels zijn, kan zelfs warrig overkomen in dergelijke situaties,
  7. Kan overprikkeld raken als hij/zij meer dingen tegelijk moet doen, zoals tv kijken en tegelijkertijd met iemand praten,
  8. Kan meestal slecht tijdsdruk hanteren of er niet tegen als iemand hem/haar op de vingers kijkt,
  9. Kan erg moe zijn, omdat er onvoldoende sprake is van herstellen van overprikkeling,
  10. Kan moeilijk keuzes maken,
  11. Kan voortdurend pro-actief reageren op de omgeving,
  12. Kan allerlei functionele klachten hebben die geen lichamelijke oorzaak hebben, althans die worden niet gevonden,
  13. Kan aangeven zeer gevoelig te zijn voor voedingstoffen, medicijnen, elektro smog (straling), trillingen, subjectief waargenomen veranderingen in energie,
  14. Heeft meer tijd nodig om informatie te verwerken,
  15. Is zich zeer bewust van eigen emoties of die van anderen en gevoeliger voor bijvoorbeeld pijn.
  16. Gebruikt vaak termen als; ‘ik voel dat het niet klopt’, ‘Ik voelde de negatieve energie van de ander’, ‘Ik wist wel dat het mis zou gaan.’ etc.

 

Onder hoog sensitieve personen bevinden zich introverte personen, maar evenveel extraverte personen, sommigen zoeken juist prikkels op, anderen gaan ze juist uit de weg. Sommigen zijn in een gezin geboren waar emoties een belangrijke manier van communiceren waren, anderen zijn in een sterk rationaliserende omgeving geboren. Evenveel mannen als vrouwen zijn hoog sensitief. (2) Gevoel is een subjectieve beleving en dat is de reden dat de term hooggevoeligheid of hoog sensitiviteit door iedereen op zijn of haar unieke manier zal worden uitgelegd. Dat vooral vrouwen en meisjes zich melden en hulp zoeken om beter met hun hoog sensitiviteit om te kunnen gaan, lijkt te liggen in het feit dat zij nu eenmaal meer thuis zijn in voelen dan mannen. Bovendien communiceren zij makkelijker over gevoelens dan mannen. Zij hebben bovendien de beschikking over meerdere spraakcentra. Dat heel veel mensen zich herkennen in de omschrijving is waarschijnlijk voornamelijk te wijten aan de toename van stress en prikkels in onze samenleving, maar ook aan de collectieve bewustwording.

 

Eigenlijk kun je zeggen dat HSP’s niet echt verschillen van de gemiddelde ander. Als we weten dat versterkte gevoeligheid ook kan optreden na een trauma, of ten tijde van stress, zullen veel meer mensen zich herkennen in de term Hooggevoelig Persoon. Het verschil is dat HSP’s gedurende hun hele leven zóveel meer waarnemen en voelen, dat het leven soms behoorlijk zwaar voor hen kan zijn. De hogere sensitiviteit is bij hen geen tijdelijke kwestie, zoals we wel kunnen waarnemen na trauma’s of tijdens stressvolle periodes.

Vaak zijn zij zich niet bewust van allerlei onbewuste processen, vooral van het proces hoe emotionele reacties op prikkels ontstaan. Als ze meer zouden weten over hoe de overprikkeling ontstaat hebben ze ook meer mogelijkheden er beter mee om te gaan. Ze kunnen dan de keuze maken om zelf bewust prikkelreductie toe te passen, door bijvoorbeeld herstelmomenten in te bouwen of eerder keuzes te leren maken.

 

Hoog sensitieve personen nemen meestal bewuster waar dan de gemiddelde ander als het gaat om emoties van anderen. Ze zien van alles. De kleinste verandering in mimiek worden ze gewaar bijvoorbeeld. Als ze een volle kamer binnen komen zien en ‘ervaren’ ze alles. Ze reageren voorts vaak heel intuïtief op personen en situaties. Ze betrekken veel op zichzelf en voelen sterk met anderen mee. Ze herkennen door hun holistische waarneming ook veelal onderliggende emoties: het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand zichzelf voordoet als een rustig persoon terwijl hij zich helemaal niet rustig voelt, en de HSP tegenover hem zal onmiddellijk de onrust voelen, maar er niets mee kunnen. Of misschien te direct reageren waardoor een conflict met de ander kan ontstaan. Zo wordt dus op veel ‘verborgen’ emoties gereageerd door de HSP. Boosheid van de ander kan ‘overslaan’ op de HSP, waardoor geprikkeld wordt gereageerd. Vermoeidheid kan worden waargenomen, en de HSP voelt zich vervolgens ook vermoeid. Het lijkt erop dat de HSP zich minder makkelijk van anderen afscheidt om welke reden dan ook. Ze voelen te makkelijk mee op dergelijke momenten. Veel HSP’s vertellen zich regelmatig ‘leeggezogen’ te voelen door anderen. Omdat ze zo feilloos aanvoelen wat er in en om hun lichaam gebeurt, ervaren ze het als zodanig. Veelal lijkt het de onbekendheid met het aspect begrenzing en hoe op onbewust (intuïtief) niveau wordt waargenomen te zijn, dat maakt dat ze regelmatig worden overspoeld door emoties van anderen. Er zou namelijk sprake kunnen zijn van nog een andere manier van waarnemen, die zo intuïtief is dat we hem in eerste instantie niet herkennen. De interactie op verbaal en non-verbaal niveau kennen we inmiddels, ook weten we steeds beter dat veel processen op onbewust niveau plaatsvinden. Kennelijk is op dat laatste niveau nog veel kennis nodig om meer begrip te kunnen krijgen. Want hoe ‘weet’ een HSP dat iets niet goed zit? Wat is intuïtie? Is dat een activiteit van de ‘holistische’ rechterhersenhelft, een ervaring, net als kinderen die kunnen hebben? Is het mogelijk dat we een evolutionaire stap zetten en steeds verfijnder gaan waarnemen, en dat HSP’s ons voorgaan in dit proces? We weten nog maar relatief weinig van het brein, ons bewustzijn op dit gebied wordt steeds groter en ons begrip groeit dagelijks. Iedereen heeft een aura, en alle aura’s zijn voortdurend in interactie met elkaar. Ook over deze vorm van interactie wordt steeds meer duidelijkheid gekregen.

 

Hoe we de wereld waarnemen en hoe we op die waarneming reageren.

We kunnen ons slechts van een beperkte hoeveelheid informatie tegelijkertijd bewust zijn, en het onbewuste heeft grote invloed op onze innerlijke weergaven, onze verwachtingen, onze waarneming en ons gedrag.

Er is een wereld buiten ons, en we nemen hem op onze geheel eigen wijze waar. De ervaringen in die buitenwereld brengen biochemische en bio-elektrische effecten teweeg in ons lichaam. Van deze effecten zijn we ons aanvankelijk nog niet bewust. Ons zenuwstelsel ordent deze effecten door middel van de zintuigen. De zintuiglijke ervaringen zijn geen natuurgetrouwe afspiegeling van de door ons beleefde wereld, maar een product van ons zenuwstelsel. In dit kader zijn verschillende beschrijvingen van dezelfde werkelijkheid mogelijk, zelfs onontkoombaar, en misschien zelfs wenselijk. Taal is belangrijk bij het ordenen van alle zintuiglijke ervaringen, want we geven via taal betekenis aan deze ervaringen. Er kunnen op dit niveau ook weer vervormingen optreden, generalisaties bijvoorbeeld (overtuigingen). We kunnen ook zaken weglaten (deleties). We kunnen allerlei vooronderstellingen hebben over de beleving. Ons wereldbeeld bepaalt dus hoe we de werkelijkheid ervaren.(6)

 

We nemen de wereld om ons heen dus subjectief waar via onze ogen, oren, huid, smaak en geur. Via de zintuigen worden beelden, geluiden, geuren, smaken, maar ook drukverschillen, temperatuur en pijn waargenomen. De wereld om ons heen wordt ook waargenomen door subtiele verschillen in energie en verschil in fijne frequenties (trilling) te ervaren. Iemand kan een bepaalde voorkeur hebben voor het gebruik van specifieke zintuigen: een visueel ingestelde persoon kunnen we herkennen door de beeldende taal waarin gesproken wordt, een zeker analytisch vermogen, en het met moeite uiten van wat gevoeld wordt. In sommige gevallen leidt dit zelfs tot gevoelsarm zijn, afstandelijk reageren. HSP’s spreken dan over het zichzelf afsluiten voor de wereld om hen heen. Vaak is dit een strategie om te kunnen omgaan met alle zintuiglijke waarnemingen. Ze zijn te herkennen aan bepaalde termen die ze gebruiken: ‘Zoals ik ernaar kijk’ ‘Ik heb er geen enkel beeld bij...’ Tijdens gesprekken kijken ze vaak omhoog, alsof ze daar een beeld verwachten, de verwachting daar wellicht iets te zien dat hun analyse onderstreept.

Auditief ingestelde mensen nemen de wereld om zich heen vooral waar, door wat ze horen, door middel van de geluiden. Auditief ingestelde mensen kunnen herkend worden doordat ze vaak zeggen: ‘Luister....’, ‘Snap je dat? ‘ ‘Hij zei ... en toen zei ik...’ ‘Ik zei tegen mezelf....’ Zij kijken meestal tijdens een gesprek recht vooruit, alsof ze zich goed willen concentreren op dat wat ze horen.

Kinestetisch ingestelde mensen ervaren hun omgeving vooral via de gevoelens die de wereld hen geeft. Ze zeggen vaak ‘ik heb het gevoel dat..’ Tijdens gesprekken kijken ze vaker dan gemiddeld naar beneden, alsof ze proberen vanaf een afstand naar de dingen die worden besproken te kijken en zo het gevoel hanteerbaar houden.

We kunnen dus elk onze eigen ‘zintuiglijke taal’ spreken. Dat schept vaak verwarring tussen mensen(6).

 

HSP’s kunnen tevens hun reukvermogen heel sterk hebben ontwikkeld, of de smaakzin. Ze kunnen voortdurend worden afgeleid door geuren en een weerzin ontwikkelen voor bepaalde voedingsstoffen. Soms hebben HSP’s op alle bovengenoemde gebieden hun zintuiglijke waarneming versterkt. Ook kan het zijn dat ze heel gevoelig zijn voor bepaalde voedingsmiddelen en allergische reacties vertonen, en het is mogelijk dat ze aangeven sterker dan gemiddeld op medicijnen te reageren of elektro smog of (UMTS) straling. Het kan voorkomen dat ze meer last ervaren van prikkels als ze hongerig worden. Het lijkt er op dat ze een ‘dunne’ huid hebben, die ze onvoldoende beschermt (5). Aron meldt in dit verband dat 80% van de waarneming visueel plaatsvindt. (2) Hieruit zouden we kunnen concluderen dat HSP’s vooral visueel zijn ingesteld. In alle gevallen gaat het om subjectieve ervaringen die voor een ander zelfs onnavolgbaar kunnen zijn. Toch zullen we die ervaringen heel serieus moeten nemen om de HSP op de juiste wijze te begeleiden.

 

Uiteraard spelen verschillende aspecten een belangrijke rol bij onze waarneming van externe prikkels en de verwerking ervan. We zijn opgevoed door ouders die wel of niet hulp konden bieden op dit niveau, we zijn wel of niet blootgesteld aan externe stressoren of zelfs trauma’s. We zijn in een groep actief die bepaalde verwachtingen van ons hebben, we ervaren wel of niet een balans tussen onze psyche en lichaam, we voelen ons wel of niet gezond, of misschien zijn er tijdens de zwangerschap al stressoren geweest waardoor deze extra oplettendheid is ontstaan (6) etc. Opvallend is dat de meeste HSP’s geen ernstige tekorten hebben gekend op psychisch,- somatisch en sociologisch niveau. De meesten werden opgevoed in een redelijk functionerend gezin, waar uiteraard wel de heersende gezinswaarden-, en normen een rol speelden die voor bepaalde aannames en overtuigingen hebben gezorgd. Ook de tijdgeest speelt hierbij een rol. Ze hebben over het algemeen een goede gezondheid, en hebben geen ernstige problemen in hun persoonlijke ontwikkeling ervaren. In die zin is het dan ook niet mogelijk om te spreken van een stoornis waar een diagnose bij hoort. Wel kan het helpen om een naam te geven aan wat de HSP ervaart, zodat het makkelijker wordt ervaringen te ordenen en te begrijpen en er meer grip op te kunnen hebben. Dit is de reden dat Aron de term bedacht, en waarom Pfeifer zich daar ook in kan vinden (2,5).

 

Wat gebeurt er bij overstimulatie?

In alle gevallen kan het helpen om zich bewust te worden van de overstimulatie (het moment dat een reactiestrain begint) zodat veel directer keuzes kunnen worden gemaakt en daardoor eerder uit de strain (gevoelstoestand van waaruit men op prikkels reageert, of een prikkel van binnenuit) die tot overstimulatie leidt kan worden gestapt. Ook het zich bewuster worden van stressoren (bronnen van spanning, prikkels van buiten, ziekte of pijn) kan hierbij helpen.

 

De rol van de rechterhersenhelft.

Onze hersenen zijn heel eigenwijs: ze ontwikkelen zich op een unieke en individuele manier, ze groeien, functioneren en ordenen door middel van alle ervaringen die we hebben. Tot ons twintigste jaar wordt een zeker fundament gelegd. Door passende stimuli, zoals liefde, aandacht en verzorging van de ouders, vormen de hersenen neurale verbindingen op allerlei gebieden die nodig zijn om goed te kunnen functioneren. Ondersteuning bij het ontwikkelen van de cognities en het leren omgaan met emoties helpen hier ook bij. Deze verbindingen kunnen sterker worden doordat ze steeds opnieuw worden ‘gebruikt’, en soms kunnen ze verdwijnen als ze niet meer van belang zijn. Als herinneringen vervagen verdwijnen de bijbehorende

verbindingen. Een spelbreker in de prikkelverwerking van HSP’s kan het emotionele brein zijn. Het emotionele brein kan worden omschreven als het oude brein dat we delen met de zoogdieren (limbisch systeem) en reptielen (vegetatief zenuwstelsel) (3).

 

Bij alle HSP’s lijkt er vooral een (onbewust) sterk belang van de rechterhersenhelft te zijn om te reageren op de prikkels van buitenaf (prikkeling door middel van de zintuigen) en van binnenuit (de eigen emoties). Dit betekent dat er voortdurend emotioneel wordt gereageerd op binnenkomende prikkels. Alle zintuiglijke en holistische waarnemingen worden razendsnel doorgegeven aan het brein. Interessant is de functie van het limbisch systeem dat verantwoordelijk is voor sterke vecht- en vlucht reacties (instinctieve reacties). Dit gebiedje ligt in het centrum van de hersenen, dichtbij de linker- en rechterhersenhelft. Het wordt makkelijk getriggerd door zintuiglijke waarnemingen omdat het een sterk geheugen heeft, en zorgt voor het op gang brengen van het vegetatieve zenuwstelsel (3). Sterke emoties die op gang komen door herinneringen aan eerdere ervaringen worden gereactiveerd en het lijf komt in een stress-strain. Veel mensen ervaren vervolgens dat ze niet of nauwelijks grip hebben op de situatie, het lijkt buiten hen om te gaan, daar zorgen de sterke vegetatieve lichamelijke reacties immers voor. Op deze manier worden veel mensen het slachtoffer van al hun gevoelens en emoties. HSP’s lopen nog meer de kans hierin verstrikt te raken.

 

Als een sporter hard traint, is er de mogelijkheid dat het volume van het hart toeneemt. Het orgaan dat hard moet werken, slaagt er in de functie te verstevigen door in spierkracht toe te nemen en de doorbloeding van het orgaan neemt toe. Op deze manier kunnen HSP’s hun rechterhersenhelft wel eens hebben getraind: de doorbloeding van hun gevoelskant neemt toe en het lijkt voor de hand te liggen dat daardoor steeds vaker er vooral (vanuit een gewoonte, of omdat het wellicht de veiligste manier is) vanuit deze gevoelskant op gebeurtenissen en evenementen wordt gereageerd.

Het linkerdeel van de neo cortex wordt bij HSP’s vaak niet of onvoldoende ingeschakeld bij de verwerking van prikkels. Het linkerdeel is in staat een logische verwerking toe te passen. Deze kant ordent alle waarnemingen. Als vooral de rechterkant de onbewuste selectieve prikkelreductie, verwerking en reactie toepast, zal dat ervoor zorgen dat men vaker dan ‘balansmensen’ overspoeld raakt door de bijna instinctieve reactie op prikkels: angst, verdriet en woede. Het limbisch systeem zorgt daarvoor(3).

 

De rol van de hersenen in de puberteit en adolescentie.

Tot voor kort werd verondersteld dat op ons zesde/zevende jaar onze hersenen volgroeid waren, maar dat dit niet zo is, blijkt uit recent onderzoek. In diverse vakbladen en wetenschapskaternen van dagbladen werd hierover gerept de afgelopen tijd. (7)

Vanaf de geboorte worden steeds meer neuraal verbindingen gelegd, en vanaf het zesde en zevende jaar worden er ook weer veel vernietigd. Een klein kind denkt heel magisch, legt vanuit dat magisch denken verbanden, en tegen de tijd dat het naar school gaat, in groep 3 en 4 komt, blijken veel van die verbanden niet te kloppen en volgt er een reorganisatie. Dat kan hard werken zijn voor het kind; het heeft hierbij veel hulp nodig. Voor jongens geldt bovendien dat de pieken in de aanmaak van testosteron de organisatie van de linkerkant vertragen. De ontwikkeling van de linkerhelft gebeurt doordat de rechterhersenhelft verbindingen legt met de linkerkant. Rond het vierde jaar is er een dergelijke piek, en rond het elfde jaar treedt een nieuwe piek op, de hoeveelheid van dit hormoon kan toenemen tot wel 800% hoger dan in d epeutertijd, vele malen hoger dan bij meisjes. Jongens lopen rond met een ‘energiebom’ in hun lijf. Hun vermogen taal te gebruiken is bovendien minder groot dan bij meisjes omdat ze slechts een taalcentrum in de linkerhersenhelft hebben, meisjes kunnen in beide hersenhelften delen hebben die met taal te maken hebben. Jongens hebben dus minder mogelijkheden om gevoelens te ordenen dan meisjes. (10)

In de pubertijd en adolescentie (vanaf 11/12 jaar en de acht jaar erna) wordt er vervolgens ook een flinke groeispurt door de neo- cortex gemaakt, waar de cognities en emoties worden gereguleerd. De eerste piek betreft de cognities, de tweede (rond het zestiende jaar) de emoties. Het onderzoek is weliswaar nog maar net gaande, maar de (voorzichtige) conclusies zijn al van belang:

De emotionele gevoeligheid wordt versterkt door het groeiend, maar nog beperkt analytisch vermogen in de voorhoofdskwab van de puber. De psycholoog Reed Larson stelde vast dat pubers onder de oppervlakte van allerlei situaties veel nieuwe structuren ontdekken van de werkelijkheid – daardoor kan de puberteit ook een intellectueel avontuur zijn.’ En: ’Belangrijk voor beter begrip van pubergedrag is dat die toename in extra verbindingen, met de bijbehorende mogelijkheid voor nieuw leren, bovenal plaatsvindt in de prefrontale cortex, het hersendeel achter je voorhoofd. Dáár is de grootste piek in volume, precies aan het begin van de puberteit, met elf jaar voor meisjes en twaalf jaar voor jongens. En daar is de steilste afname, met dus de meest ingrijpende reorganisatie in de acht jaar daarna. De prefrontale cortex is vooral van belang voor planning, zelfbeheersing en redeneren. Stemmingswisselingen, risicogedrag en ruzies – het verband met de klassieke kenmerken van Storm and stress ligt voor de hand. De puber worstelt met een frontale kwab in reorganisatie.’ (7)

Als puber of adolescent leg je een fundament voor de jaren die komen. Met de liefdevolle ondersteuning van opvoeders en leerkrachten kan dit een waardevolle tijd zijn, waarin een losmakingproces gecombineerd wordt met het uitleggen van een route die in het volwassen leven zal worden gevolgd. In dat kader verdient het aanbeveling de puberteit en adolescentie heel serieus te nemen, en er niet zomaar vanuit te gaan dat deze kinderen alles al zouden moeten weten en ze als volwassene te bejegenen (iets waar ze uiteraard wel happig op zijn). Juist het leren omgaan met emoties en energie zou een grote rol moeten spelen in deze periode, zodat in het volwassen leven een stevige basis kan worden ervaren in dit kader. Lastiger wordt het als de puber/adolescent in zichzelf heftige emoties ervaart en er vooral voor kiest dit allemaal zelf op te lossen. Er is in het geval van de begeleiding van adolescenten één voordeel; we zijn allemaal eens jong geweest en kunnen dus putten uit eigen ervaring en onze empathie kan een leidraad zijn bij het tegemoet komen aan de puber/adolescent.

 

Als de emoties de boventoon gaan voeren kan het cognitieve deel van ons brein worden uitgeschakeld (3). Cognitieve training kan dus helpen om overprikkeling te verminderen en minder stress te ervaren. Goed nieuws is dat adolescenten heel snel leren. Ze worden niet voor niets de Einstein generatie genoemd. In een recent artikel in de Volkskrant (8) over dit onderwerp werden adolescenten geciteerd. Een van hen vertelde dat zijn hersens nu eenmaal sneller werken dan die van zijn ouders. Onderling wordt bij deze groep jongeren de visie gedeeld dat ze tot alles in staat is. Ze zijn eigenwijs en hebben vaak een krachtige mening. Voor een zachtaardige hoog sensitieve adolescent kan dat natuurlijk lastig zijn, immers hij/zij de heeft veel meer tijd nodig om te verwerken dan de anderen. In de groep kan dit voor uitsluiting zorgen, of de HSP ervaart zelf dat hij of zij buitengesloten wordt op grond van zijn of haar aannames over de buitenwereld. Hoog sensitieve kinderen kunnen zelf overigens ook heel eigenwijs zijn en zich van de groep afscheiden door vast te blijven houden aan hun eigen (filosofische) waarden die ze niet terugvinden bij de groep waarin ze zich bevinden, ze stappen dan feitelijk uit de ‘ongeschreven protocollen en wetten’ van deze groep en worden een buitenbeentje. Het ‘jezelf uitvinden’ is een mooi begrip dat het best lijkt te passen bij de puber en adolescent, en zorgt uiteraard voor grote gevoelens en emoties. Ook al omdat filosofische kwesties, spiritualiteit en dergelijke worden onderzocht. De grote hormonale veranderingen ondersteunen dit proces.

 

Barbara Strauch, wetenschapsjournaliste van de New York Times schreef er een boek over. Het thema:’Why do they act so weird? (9). De tegendraadsheid van pubers wordt volgens haar niet veroorzaakt door de ouder-kindrelatie, maar door de hersenen van de puber. De meeste neurologen zijn er inmiddels van overtuigd dat de veranderingen in het brein in deze levensfase zeer diepgaand zijn. Het zijn die ontwikkelingen die het gedrag van de puber beïnvloeden. Het onderzoek hiernaar in haar boek geeft antwoorden op de vraagstelling in de titel. Dit uitgangspunt kan de omgang met pubers en adolescenten in lastige tijden vergemakkelijken.

 

Adolescenten hebben dus veel werk aan de organisatie van hun emotionele leven. So-wie-so moeten ze zich in deze fase van hun leven aanpassen aan de volwassen wereld, die meestal vanuit de ratio reageert. Ze nemen afscheid van een relatief veilige periode in hun leven waarin hun ouders de verantwoording voor hen namen. Nu moeten ze het alleen doen; een plek vinden in de samenleving, verbindingen aangaan met anderen, hun seksualiteit uitvinden staat hoog op de ranglijst, studeren of werken, ‘volwassen zijn’. Er ontstaat een (in)spannende periode, waarin grote emoties regelmatig kunnen overspoelen en waarin de adolescent bovendien meestal zeer naar buiten is gericht (of het wordt van de groep van hem verwacht). Uiterlijk lijken ze misschien al volwassen, innerlijk voelen ze zich klein en verward. En dat laatste is natuurlijk niet stoer. Het zal voor allerlei irrationele gedachten over zichzelf en de wereld zorgen. Voor de ware HSP zal de kans op overstimulatie (lees: vegetatieve reacties in het lichaam en de klachten die daaruit voortvloeien) alleen maar meer toenemen. Overigens zal de gevoelige puber of adolescent daarbij niet gauw in zeven sloten tegelijk lopen (2). Wat dat betreft zou je kunnen concluderen dat je maar beter een hoog sensitief kind kunt hebben als het om deze levensfase gaat.... Omdat er een gewoonte is bij de meeste HSP’s om het leven diepgaand en filosofisch te benaderen zullen ongelukken in de meeste gevallen worden vermeden.

 

Enorme stemmingswisselingen kunnen voorkomen in deze periode, evenals gevoelens van zinloosheid, niet kunnen voldoen aan verwachtingen, faalangst. Het vinden van een eigen route en plek als jong volwassene is een zware taak, voor HSP’s kan het zelfs een enorme opgave zijn waar ze als een berg tegenop zien. Ik hoorde eens een 19-jarige verzuchten “En ik moet nog een heel leven!” Ze wilde soms dood zijn, niet omdat ze niet van het leven hield, maar omdat het zo’n zware opgave was voor haar en ze soms zó verschrikkelijk moe was, dat ze zich eigenlijk al dood voelde. Ze zag als een berg op tegen alle ervaringen die nog zouden komen. Het weerhield haar er overigens niet van om te studeren, lid te worden van een jongerenafdeling van een politieke partij en congressen in het buitenland te organiseren waar jongeren uit de hele wereld elkaar konden ontmoeten. Haar hoog sensitieve en ‘wijze’ aard maakt juist dat ze zich verantwoordelijk voelt voor de wereld waarin ze leeft en de invulling van haar leven bestaat uit het dienstbaar zijn aan die wereld. Door voor zichzelf te leren zorgen kan ze haar persoonlijke opdracht iets van het leven te maken veel beter aan.

 

 

 

Aanbevelingen voor de ondersteuning van de HSP.

Wat kan de jong volwassene doen om zich beter te verweren en beter met alle externe en interne prikkels om te gaan?

 

Laat weten hoe belangrijk het is goed voor jezelf (je lichaam) te zorgen in deze fase.

Een rustig en regelmatig leven leiden. Regelmatig tijd nemen om te herstellen. Geen drank of drugs, op tijd naar bed. Prikkels reduceren. Het leren herkennen van de eerste signalen van overstimulatie. Dit levert bij voorbaat conflicten op, want welke adolescent neemt klakkeloos adviezen aan als het gaat om deze aspecten? Als ouder, begeleider, is het dus noodzakelijk de juiste ingang te vinden bij de adolescent (afstemming). Wijs het voelen van de jonge HSP niet af, maar probeer het te begrijpen. Als begeleider kun je geen oordeel hebben over het gevoel van de ander. Begrip over de onbewuste wens grenzen juist te leren kennen door ze soms te overschrijden kan ook helpen. Loslaten helpt ook. De adolescent is bezig zijn autonomie te vinden en zal strijd aangaan als er niet voldoende ruimte is.

 

Leg uit wat belangrijke ontwikkelingen zijn in deze fase.

Het is belangrijk dat de jong volwassene (maar ook de ouder) weet wat er qua persoonlijke ontwikkeling in deze periode gebeurt. Dat geeft al veel begrip en meer controle. Daardoor wordt het wellicht makkelijker lastige emoties en ontwikkelingen te accepteren. Dat geeft rust. Meer kennis over wat er met ze aan de hand is kan de adolescent dus helpen. Voor je het weet denken ze dat ze het allemaal moeten kunnen of dat ze het allemaal alleen moeten oplossen en gaan ze op hun tenen lopen, overschreeuwen ze zichzelf om niet al die grote emoties te hoeven voelen, of keren ze naar binnen.

 

Ondersteuning door middel van sessies door een coach/therapeut.

Soms is ondersteuning door een (ervaringsdeskundige) therapeut die zich zowel mentale (cognitieve) als intuitieve (emotionele) technieken eigen heeft gemaakt een passende begeleiding. Praten over de beleving helpt het brein te ordenen. Het leren uiten van emoties ook.

Veel hooggevoelige mensen, jong en oud, ervaren moeite met rustig aanwezig kunnen zijn in het Hier en Nu. Toch kun je leren hoe je met prikkels omgaat. Je beter concentreren kun je ook leren. Het is mogelijk structuur teleren aanbrengen in wat op je af komt, keuzes te leren maken. Wil je wel of niet iets doen, hoe wil je je doel bereiken, wat zou je willen voelen of ervaren. Zodra we ons bewust worden van iets zijn we veel beter in staat om het te veranderen. Als er gekozen wordt voor een directe, rationele aanpak zal de hoog sensitieve adolescent wellicht afhaken omdat dit nu eenmaal is waar hij zich liever van afscheidt in deze periode. Vaak ook zijn ze in hun sociale omgeving voortdurend gewezen op hun onvermogen rationeler met de dingen om te gaan en worden ze geraakt in deze voor hun pijnlijke ervaring. Hier kan rekening mee worden gehouden.

 

Herstel het vertrouwen in het lichaam.

Autogene training en meditatie (eenpuntige concentratie) helpen bij het vinden van meer rust in het moment. Als de HSP meer mogelijkheden heeft om zich te ontspannen wanneer en waar dan ook, zal er minder kans zijn om overprikkeld te raken. Hij/zij zal dan bij de eerste prikkels al de keuze kunnen maken om te ontspannen, of de spanning snel te reduceren. Dan is het wel noodzakelijk dat hij/zij weet waar de prikkeling uit bestaat, waar deze vandaan komt, en dat kan als het onbewuste bewust wordt gemaakt. Ontspanning kan ook een beter lichaamsbewustzijn opleveren. Veelal hebben hooggevoelige personen de verbinding met hun lichaam verbroken omdat ze niet kunnen vertrouwen op hun lijf, het vertaalt immers hun angsten en andere heftige emoties. Het opnieuw leren zich te ontspannen (lees: hun lichaam opnieuw vertrouwen) is een belangrijk onderdeel van hulp bij voortdurende overstimulatie en kan enige tijd in beslag nemen, maar uiteindelijk zullen HSP’s er veel baat bij hebben.

 

Cognitieve training.

Gedachten en overtuigingen vormen een belangrijk aandeel in het wel of niet geprikkeld raken. Als de HSP alleen vanuit het gevoel reageert zullen tijdens overprikkeling de gedachten (de taal) gebruikt worden om angst en onveiligheid te verminderen op een niet erg constructieve manier. Men kan niet denken zonder te voelen en niet voelen zonder te denken. Als de HSP leert om zichzelf logische, min of meer kritische vragen te stellen of wat gevoeld of ervaren wordt wel klopt met de werkelijkheid, realiseert hij/zij zich ook dat er meer keuzemogelijkheden zijn in hoe de reactie op een gebeurtenis kan zijn. De manier waarop we denken bepaalt of we een passieve of actieve houding aannemen. Een negatieve gedachte over onszelf, of over de situatie waarin we verkeren, is eigenlijk een kleine traumatische gebeurtenis waar het limbisch systeem direct op reageert (3). Ook dan kunnen vegetatieve reacties ons overspoelen.

 

Begrenzing.

Als we het hebben over begrenzing is het nodig om een verdeling te maken. Je kunt je begrenzen in wat je denkt, doet, in keuzes maken, zoals dat hierboven aan de orde kwam. Een adolescent leert dat door vallen en opstaan, maar kan hierin specifiek ondersteuning nodig hebben. Er is ook sprake van begrenzing als autonome persoon door assertief te zijn en zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld te ontwikkelen. Het ontwikkelen van autonomie is in deze levensfase de belangrijkste taak. Als we onszelf te veel identificeren met anderen, onze emotionele conditie te veel laten afhangen van anderen, en bang zijn buiten de groep te vallen, kunnen we wellicht te veel willen versmelten met anderen.

 

Hoe het Oosten het Westen ontmoet.

Belangrijk aspect is dat in de samenleving spiritualiteit en het ontwikkelen van intuïtie een vlucht neemt. Men leert daardoor de subtiele energie (intuïtief waar te nemen) kennen en komt dichter bij het gevoel door te leren mediteren, of allerlei cursussen te volgen (Reiki, Tai Chi, of meditatie). Men gaat dus meer voelen, niet alleen de gevoelens die we zelf ervaren, maar ook de emotionele en mentale energie van anderen wordt bewuster waargenomen. Het energiesysteem wordt ‘opengemaakt’, en hierdoor ontstaat versterkte waarneming van de buitenwereld op intuïtief niveau. Het lijkt hierdoor mogelijk om van een driedimensionale waarneming naar een meerdimensionale waarneming te groeien. Dit is uiteraard een subjectieve ervaring. Aura’s (het persoonlijke energetische veld van de persoon) zijn altijd in interactie met elkaar, en inzichten en meer begrip hierover kunnen enorm ondersteunen. Dit lijkt goed aan te sluiten bij het wereldmodel van HSP’s. Autonome (volwassen, assertieve), maar ook energetische begrenzing (gezonde aurabegrenzing) kan HSP’s in ieder geval goed helpen.

 

Het beste van beide werelden (denken en gevoel), dat zouden ze in een eventuele ondersteuning moeten kunnen vinden, de hoog sensitieve kinderen en volwassenen. Maar ook diegenen die zich niet scharen onder deze groep zouden ernaar kunnen streven. Dat levert uiteindelijk, na noeste arbeid, een perfect evenwicht op. De HSP is dan een gevoelige, invoelende, vaak zeer creatieve, liefdevolle en hulpvaardige persoon die daadkrachtig is en veerkracht heeft ontwikkeld.

November 2006

Sylvia van Zoeren

 

Noten

 

* citaat van Alain de Botton in een interview (Happinez nr 3, 2006) naar aanleiding van het uitkomen van zijn boek ‘De architectuur van het geluk’. Uitgever ISBN 9045012766. Amstel Uitgeverij 2006

(1) ‘Diagnostische criteria DSM VI’, American Psychiatric Association. Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, Uitgever Harcourt Book Publishers, 2 e druk, tweede oplage 2005, ISBN 90-265-1695-9

(2) ‘De Hoog Sensitieve Persoon’, Aron, E. Archipel, 2002. ISBN 90-6305-100-x. ‘Het hoogsensitieve kind’, Aron, E. Archipel, 2002. ISBN 90-6305-118-2.

(3) ‘Uw brein als medicijn’ Dr. Daniel Servan-Schreiber, Kosmos/Z&K Uitgevers. ISBN 90-215-3849-0

(4) ‘Hooggevoelige personen.’ Dr. Samuel Pfeifer. Uitgeverij Groen. 2004 ISBN 90-5829-382-3

(5) ‘Gevoeligheid, hoe ga je er mee om.’ Langedijk P. Ankertjesserie, Uitgeverij Ankh Hermes, 1993, ISBN 90-202-0002-x. ‘Rechter en linkerhersenhelft bij man en vrouw.’ Langedijk P. Ankertjesserie, Uitgeverij Ankh Hermes. ISBN 90-202-0589-7

(6) Derks, Hollander, ‘Essenties van NLP, Sleutels tot persoonlijke verandering’, Servire, 1996. ISBN 90-6325-478-4.

(7) NRC, www.nrc.nl/wetenschap/article340839.ece. Verscheen 06-06-2006. Auteur Hendrik Spiering

(8) Volkskrant, artikel d.d. 22-06-2006. Auteurs: Robin Gerrits, Bart Jungmann

(9) Strauch, Barbara: ‘Waarom doet mijn puber zo vreemd’ Het boek is helaas (tijdelijk) niet meer verkrijgbaar in het Nederlands. Engelse editie: ‘The Primal Teen. What the new discoveries about the Teenage Brain Tell Us about Our Kids’, Anchor Books/Doubleday, ISBN 03 85721609

(10) ‘Het Rots en Water perspectief. Een psycho fysieke training voor jongens.’ Freerk Ykema. 2002 SWP ISBN 90 6665 458 9.